Dit artikel is gebaseerd op het webinar “Laat stress en angst niet uw jaar domineren” van Marlies voor Breinfijn.  

U schuift dat ene gesprek nog even voor u uit. Morgen is ook goed, zegt u tegen uzelf. U opent uw laptop en begint direct aan uw takenlijst, zodat u niet te lang hoeft stil te staan bij hoe u zich eigenlijk voelt. In de supermarkt kiest u de snelste kassa, niet omdat u gehaast bent, maar omdat u geen ruimte wilt voor onverwachte interacties. 

Wanneer het even rustig wordt, neemt u automatisch uw telefoon. Even scrollen, even iets bekijken, even uw hoofd vullen met iets anders. Zolang u bezig bent, lijkt het mee te vallen. U houdt uzelf bezig. 

En als iemand vraagt hoe het met u gaat, zegt u dat het druk is, maar goed. Dat u gewoon even moet doorzetten. Dat het straks rustiger wordt. Ondertussen voelt u ergens vanbinnen dat u vooral probeert de onrust voor te blijven. Alsof u steeds net een stap voor wilt blijven op iets wat u liever niet helemaal toelaat. 

Misschien merkt u ook dat uw lichaam al iets laat zien. Een lichte spanning in uw borst. Een ademhaling die hoger zit dan prettig aanvoelt. Uw hoofd staat al “aan”, terwijl de dag nog moet beginnen. 

Het zijn begrijpelijke manieren om met spanning om te gaan. Manieren die helpen om de dag door te komen. En toch merkt u dat de onrust niet echt verdwijnt, maar steeds weer terugkomt. 

Hoe kleine strategieën de onrust ongemerkt in stand houden 

Wanneer spanning zich aandient, gebeurt er vaak iets automatisch. U stelt iets uit wat onrust oproept. U zoekt afleiding als het stil wordt. Of u steekt net een tandje bij, zodat u geen ruimte hoeft te voelen voor wat er vanbinnen speelt. Dat zijn logische reacties op spanning. Ze geven op korte termijn verlichting. Ze helpen u om de dag door te komen. Maar ondertussen leert uw lichaam iets anders: dat die onrust blijkbaar vermeden of beheerst moet worden. 

De cirkel van controle en spanning 

Wanneer die klachten zich herhalen, gaat u vanzelf op zoek naar manieren om ermee om te gaan. U let extra op uw ademhaling, controleert hoe uw hartslag aanvoelt of probeert situaties te vermijden die spanning oproepen. In het begin voelt dat alsof u grip krijgt. U hebt het idee dat u iets doet om het te beheersen. 

Toch kan er ongemerkt iets anders gebeuren. Waar u denkt: “Ik probeer dit onder controle te krijgen”, ervaart uw zenuwstelsel vaak dat er blijkbaar iets is om alert voor te blijven. Er ontstaat een nieuwe alertheid. Niet omdat u iets verkeerd doet, maar omdat uw lichaam leert dat deze signalen belangrijk zijn. 

U merkt dan dat u steeds bezig bent met hoe het gaat. Vandaag voelde het rustiger. Vandaag was het weer heviger. Zonder dat u het wilt, wordt ook dat opvolgen en beoordelen een nieuwe bron van onrust. Uw systeem blijft op scherp staan, omdat het geen duidelijk signaal krijgt dat het veilig is om te ontspannen. 

Zo ontstaat er een cirkel. Een onschuldig signaal trekt uw aandacht, u probeert het te beheersen of te voorkomen, het lijkt even te werken en dan komt het terug. Soms zelfs sterker. Dat voelt aan als falen, terwijl het in werkelijkheid een begrijpelijke reactie is van een lichaam dat u probeert te beschermen. 

Waarom harder uw best doen niet helpt bij angst en spanning 

Wanneer spanning terugkomt, is de eerste neiging vaak om nog meer uw best te doen. Nog meer controleren, nog vaker nagaan hoe het gaat, nog sterker proberen om het onder controle te krijgen. Of uzelf net toespreken: komaan, stel u niet aan, even doorzetten. 

Die reacties zijn begrijpelijk. Als iets vervelend aanvoelt, wilt u ervan af. Dat geldt voor iedereen. Toch ligt hier vaak niet de oplossing. Stress en angst verdwijnen niet door ze weg te willen hebben of door uzelf te dwingen eroverheen te stappen.  

Uw systeem reageert beschermend. Het gaat automatisch in een staat van alertheid zodra het iets als dreigend ervaart. Dat gebeurt sneller dan u dat bewust zelf kunt sturen. U kunt het niet wegdenken met positieve gedachten en ook niet oplossen door uzelf te trainen om sterker te zijn. 

Dat betekent niet dat u machteloos bent. Het betekent wel dat de oplossing niet ligt in nog harder aan uzelf te werken. 

Wat er werkelijk gebeurt in uw zenuwstelsel 

Stress en angst zijn in de basis signalen. Ze zijn bedoeld om u te waarschuwen wanneer er iets op het spel staat. Als er plotseling een auto op u afkomt terwijl u oversteekt, is het nuttig dat uw lichaam direct reageert. Uw hartslag schiet omhoog en u zet een stap achteruit. 

Het wordt pas lastig wanneer die alertheid blijft hangen. Kleine gedachten, oude overtuigingen of eerdere ervaringen kunnen ervoor zorgen dat uw systeem sneller “aan” gaat en moeilijker weer “uit”. Veel van wat u nu voelt, is gebaseerd op wat uw lichaam in het verleden heeft geleerd. En wanneer u die signalen probeert te vermijden of onder controle te krijgen, bevestigt u onbedoeld dat ze belangrijk zijn om alert voor te blijven. 

U hebt daarin geen bewuste keuze. Het gebeurt automatisch. Dat kan confronterend zijn, maar ook verlichtend. Het zegt namelijk niets over uw motivatie of discipline. Het zegt iets over hoe uw zenuwstelsel heeft leren reageren onder druk. 

Begrijpen wat er gebeurt, is een eerste stap. Niet om het tot in de details te analyseren, maar om in te zien dat stress en angst geen vijanden zijn. Het zijn signalen van een systeem dat u probeert te beschermen. En net daarom blijven ze actief wanneer u ertegen vecht of ze koste wat het kost wilt wegduwen. 

Stoppen met vechten is niet opgeven 

Misschien roept dit de gedachte op dat u het dan maar moet laten gebeuren. Dat u alles maar moet voelen zonder grenzen. Dat is niet wat hiermee bedoeld wordt. Stoppen met vechten betekent niet dat u opgeeft of dat u uzelf laat overspoelen. 

Het betekent dat u herkent wanneer u in de vechtmodus schiet. Dat moment waarop uw lichaam ‘aangaat’ en u direct wilt oplossen, controleren of wegduwen. Vaak gebeurt dat sneller dan u beseft. Nog voordat de klachten echt duidelijk voelbaar worden, is de spanning al begonnen. 

Wat u kunt oefenen, is opmerken. Niet analyseren, niet oplossen, maar simpelweg registreren wat er in uw lichaam gebeurt. U voelt de spanning en merkt ze op, zonder direct actie te ondernemen. Dat vraagt geen grote stappen en geen perfecte uitvoering. 

Zolang uw lichaam denkt dat er iets bewaakt moet worden, blijft het alert. Wanneer u leert om die eerste signalen te herkennen zonder ze meteen te bestrijden, kan er langzaam iets verschuiven in hoe uw lichaam reageert.  

Van overweldigend gevoel naar meer ruimte 

Verandering betekent niet dat stress volledig verdwijnt. Het leven blijft bestaan uit momenten van druk en spanning. Wat kan veranderen, is de lading. Waar stress eerder misschien aanvoelde als een acht of een negen, kan die geleidelijk verschuiven naar een twee of een drie. 

Dat betekent dat de stress er nog is, maar dat die niet meer alles bepaalt. U wordt niet meer volledig meegezogen en aan het einde van de dag voelt u zich minder leeggezogen. Er ontstaat ruimte, ook al is niet alles opgelost. 

Misschien herkent u uzelf in het steeds weer proberen, het teleurgesteld raken en het idee dat het dit jaar toch weer hetzelfde zal zijn. Dat zegt niets over uw zwakte. Het toont aan hoe alert uw lichaam is geworden. 

Het is begrijpelijk dat u soms twijfelt of het ooit anders kan. Tegelijkertijd bent u niet de enige die hiermee worstelt en ligt het niet aan een gebrek aan discipline. 

U hoeft dit niet alleen te doen. Als u merkt dat u begeleiding kunt gebruiken bij het begrijpen van en anders omgaan met stress en angst, dan kan een programma zoals no stressangst & paniek of kalmeer je zenuwstelsel een rustige volgende stap zijn. Alleen wanneer dat voor u goed aanvoelt, op uw moment.